Elke dag rond 13u wordt op de day-ahead beurs EPEX SPOT (in België beter bekend onder haar vroegere naam Belpex) de prijs van elektriciteit voor de volgende dag vastgelegd. Sinds oktober 2025 gebeurt dat per kwartier in plaats van per uur, en de meeste dynamische contracten volgen intussen die kwartierprijzen. Een kleiner aantal leveranciers rekent nog op uurbasis af. Die prijs komt tot stand door vraag en aanbod: veel zon of wind en weinig vraag duwt de prijs naar beneden, soms zelfs onder nul, een lage productie en hoge vraag duwt ze omhoog.
Bij een dynamisch contract betaal je die beursprijs rechtstreeks, plus een kleine, vaste leveranciersmarge. Dat is fundamenteel anders dan:
Bij een vast of variabel contract nemen leveranciers dat risico geheel of gedeeltelijk van je over. Om zich daartegen in te dekken, koopt hij vooraf termijncontracten en rekent hij een risicopremie aan. Bij een dynamisch contract valt die premie grotendeels weg: je betaalt gewoon het beursgemiddelde, plus een kleine marge.
Dat verklaart de cijfers uit het meest recente VREG-prijzenrapport. In 2025 betaalde een doorsnee Vlaams gezin met een dynamisch contract gemiddeld € 1.203 voor elektriciteit, € 62 minder dan met een variabel contract en ongeveer € 193 minder dan met een vast contract. Dynamisch bleef daarmee het goedkoopste contracttype.
Het verschil met vaste contracten kromp wel fors tegenover 2024, toen het nog € 299 bedroeg. Wellicht kozen meer mensen na de recente marktonrust voor de zekerheid van een vast contract, wat de concurrentie en dus de prijzen in dat segment drukte.
Tegelijk nam de volatiliteit op de markt zelf toe. Het aantal uren met negatieve prijzen steeg in 2025 naar 520, 6% van alle uren, en het gemiddelde dagverschil tussen de hoogste en laagste uurprijs liep op tot € 110, 18% meer dan in 2024.
Een dynamisch contract vraagt niet dat je erover waakt. Het beloont je gewoon als je dat wel doet.
Twee kanttekeningen daarbij. Ten eerste geldt dit gemiddelde het best voor een gezin met een redelijk verspreid verbruik: een huishouden dat vooral 's avonds verbruikt (typisch het duurste moment) trekt er minder voordeel uit dan dit gemiddelde suggereert. Dat verspreide verbruik is voor meer mensen haalbaar dan het lijkt: wie een dag per week thuiswerkt, kan op die dag makkelijk de wasmachine opzetten of de wagen laden op een goedkoop moment overdag, zonder dat daar enige automatisering voor nodig is. Ten tweede waarschuwt de CREG, de federale energieregulator, zelf dat een dynamisch contract een nauwkeurigere opvolging van je verbruik vraagt: wie dat niet doet, riskeert een aanzienlijk hogere factuur in plaats van een lagere.
Slechts 0,4% van de Vlaamse gezinnen heeft vandaag een dynamisch energiecontract, niet omdat het nadelig is, integendeel: zoals hierboven blijkt is het al meerdere jaren op rij gemiddeld het goedkoopste contracttype. De lage adoptie komt eerder door onbekendheid en koudwatervrees: het klinkt alsof je voortdurend op je telefoon moet kijken om er iets aan te hebben. Dat is niet zo, zoals je hierboven al las.
Op 23 juli 2026 lag de goedkoopste uurprijs op 0,54 cent per kWh (14 tot 15 uur), de duurste op 19,00 cent per kWh (21 tot 22 uur), een verschil van bijna 18,5 cent per kWh op één en dezelfde dag. Dat is een zonnige zomerdag met een uitgesproken groot verschil, boven het gemiddelde: over heel 2025 bedroeg het dagverschil tussen hoogste en laagste uurprijs gemiddeld € 110 per MWh, ofwel 11 cent per kWh. Op 4 juli 2026 ging de prijs tussen 14 en 15 uur zelfs even negatief (-0,93 cent per kWh): op zulke momenten krijg je geld om stroom te verbruiken.
Dat patroon volgt het seizoen. In de zomer zorgt de middagzon voor een uitgesproken goedkope periode rond de middag en een duurdere avond. In de winter is die middagdip veel minder uitgesproken, dan bepalen vooral wind en vraag de prijs, en kan het duurste moment evengoed 's ochtends vroeg vallen.
Ook van jaar tot jaar schommelt het gemiddelde sterk: van 25,0 cent per kWh tijdens de energiecrisis in 2022, naar 9,9 cent in 2023, 6,9 cent in 2024 en 8,3 cent in 2025 (bron: Elexys BELIX, het maandgemiddelde dat ook de CREG publiceert). Het besparingspotentieel van een dynamisch contract is dus geen vast gegeven, het hangt af van hoe volatiel de markt dat jaar is.
Elexys BELIX · jaargemiddelde
Van energiecrisis naar rustiger water: het jaargemiddelde daalde sterk na 2022, en veerde in 2025 licht terug op.
Een dynamisch contract optimaliseert voor de goedkoopste prijs per kWh. Het capaciteitstarief kijkt naar iets anders: je piekvermogen (kW). Dat zijn twee aparte doelen.
Schuif je grote verbruikers naar het goedkoopste moment, dan kan dat in dat kwartier je piek verhogen, met een iets hogere capaciteitstariefkost tot gevolg. Dat is niet per definitie een probleem: is de besparing op de goedkope kWh-prijs groter dan die extra kost, dan is het gewoon een goede afweging. Verderop in deze reeks rekenen we uit wanneer dat het geval is, bijvoorbeeld bij het laden van een elektrische wagen of het sturen van een thuisbatterij.
De cijfers hierboven gelden voor wie niets aanpast, dat is een bescheiden, structureel voordeel. De echte winst zit in flexibiliteit: zelf verbruiken op de goedkope uren (zie hierboven), automatische sturing, of bufferen met een thuisbatterij.
Wil je dit verder automatiseren over meerdere grote verbruikers tegelijk, dan komt een HEMS in beeld. Daarover meer in een volgend artikel van deze reeks.
Onderstaande cijfers zijn gebaseerd op de tariefkaart van Ecopower Dynamische burgerstroom (januari 2026), netbeheerder Fluvius Antwerpen, en een EPEX DA-jaargemiddelde van 83 €/MWh voor 2025. Andere leveranciers en netbeheerders geven andere bedragen: dit toont het mechanisme, geen universeel geldig cijfer.
A. Modaal gezin (3.500 kWh/jaar, VREG-referentieverbruik, geen zonnepanelen, geen EV)
| Onderdeel | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Afname-energie (incl. GSC/WKK) | 3.500 × 0,10358 | € 362,53 |
| Abonnementskost | 12 × € 5 | € 60,00 |
| Databeheer | vast | € 17,85 |
| Capaciteitstarief | 4,24 kW × € 49,40 | € 209,46 |
| Afnametarief net | 3.500 × 0,0505027 | € 176,76 |
| Heffingen | 3.500 × 0,0494061 | € 172,92 |
| Totaal excl. btw / incl. 6% btw | € 999,52 / € 1.059,49 |
B. Modaal gezin + zonnepanelen (4,5 kWp, geen EV)
Productie 4,5 kWp × 900 kWh/kWp ≈ 4.050 kWh/jaar. Zelfverbruik zonder batterij gemiddeld 30% (1.215 kWh), dus netto afname 2.285 kWh en injectie 2.835 kWh. De piek blijft 4,24 kW: zonnepanelen lossen de avondpiek niet op.
| Onderdeel | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Afname-energie | 2.285 × 0,10358 | € 236,68 |
| Abonnementskost | € 60,00 | |
| Databeheer | € 17,85 | |
| Capaciteitstarief | 4,24 kW × € 49,40 | € 209,46 |
| Afnametarief net | 2.285 × 0,0505027 | € 115,40 |
| Heffingen | 2.285 × 0,0494061 | € 112,90 |
| Terugleververgoeding (jaargemiddelde, btw-vrij) | 2.835 × 0,06634 | − € 188,08 |
| Totaal excl. btw / incl. btw | € 564,21 / € 609,35 |
Die terugleververgoeding is bij Ecopower elk kwartier 0,00098 × EPEX DA − 0,015 €/kWh, en dat jaargemiddelde verbergt een reële schommeling: bij een EPEX DA van 60 €/MWh krijg je +4,38 c€/kWh, bij 10 €/MWh (typisch een zonnig middaguur) wordt dat −0,52 c€/kWh. Het omslagpunt ligt bij 15,3 €/MWh: daaronder, precies op de zonnigste momenten, betaal je om te injecteren.
C. Modaal gezin + zonnepanelen + EV (3.000 kWh laadbehoefte, lastbalancering naar 5 kW)
Hier maakt het tijdstip van laden een reëel verschil, en de bandbreedte is groot: Test-Aankoop vond in eigen onderzoek maar één gezin dat consequent overdag laadde, met 5 procentpunt extra zelfverbruik als resultaat; leveranciers claimen tot 50% bij structureel laden tussen 11 en 15u. Twee uitersten:
| C1: laadt 's avonds/'s nachts | C2: laadt zoveel mogelijk overdag (optimistisch, 50% zelfverbruik) | |
|---|---|---|
| Netto afname | 5.285 kWh | 4.475 kWh |
| Injectie | 2.835 kWh | 2.025 kWh |
| Totaal excl. btw / incl. btw | € 1.212,21 / € 1.296,23 | € 1.101,12 / € 1.175,25 |
Verschil: € 121 per jaar tussen de twee uitersten, enkel door wanneer je laadt. Voor de meeste gezinnen, zonder consequent overdag te laden, ligt de realiteit dichter bij C1 dan bij C2.
Een dynamisch contract vraagt niet dat je erover waakt. Het beloont je gewoon als je dat wel doet.
Dit is het tweede artikel in onze kennisbankreeks over slim energiebeheer. Het eerste, over het capaciteitstarief, gaat over wanneer je vermogen (kW) trekt. Dit artikel gaat over wanneer energie (kWh) goedkoop is. Die twee volgen niet altijd dezelfde klok, daar komen we in latere artikelen van deze reeks op terug. In het volgende artikel leer je je eigen piek én je eigen prijscurve samen lezen.