Veiligheid & storingen
Als een zekering of automaat uitvalt, is dat meestal een teken van overbelasting of kortsluiting op een kring. Dat is vervelend, maar het is wel een beveiliging die je bekabeling en toestellen beschermt.
Een automaat bewaakt de stroom op een kring. Wordt die stroom te hoog, dan schakelt de automaat uit om opwarming van kabels en aansluitpunten te voorkomen. Bij een echte kortsluiting grijpt de automaat nog sneller in.
Een automaat (vaak in de volksmond “zekering” of "plomb" genoemd) schakelt uit bij overbelasting of kortsluiting in een elektrische kring. Een differentieel daarentegen, schakelt uit bij een lekstroom naar de aarde. Om de juiste oorzaak te vinden, is het dus cruciaal om eerst vast te stellen welke beveiliging precies is uitgevallen.
Een automaat (zekeringsautomaat) draagt meestal een code zoals `B16`, `C16` of `C20`. Een differentieel herken je meestal aan de testknop met `T` of `TEST` en een aanduiding zoals `30 mA` of `300 mA`. Met die twee kenmerken kun je in de meeste woningen snel zien welk toestel is uitgevallen.
In de praktijk gaat het vaak om meerdere zware toestellen op dezelfde kring, zoals wasmachine, droogkast en vaatwasser die tegelijk draaien. Daarnaast zien we ook foutieve toestellen met een intern defect, of kringen die niet logisch verdeeld zijn over keuken, wasplaats en stopcontacten.
Laat de installatie controleren als de automaat meteen opnieuw uitvalt, als je niet zeker bent welke kring geraakt wordt, of als hetzelfde probleem regelmatig terugkeert. Dan is een gerichte meting nodig om foutbelasting, kabeldoorsnede en kringverdeling correct te beoordelen.