Veiligheid & storingen
Een goede aarding is een basisvoorwaarde voor een veilige elektrische installatie. Zonder degelijke aardingsvoorziening werken beschermingen minder betrouwbaar en kunnen fouten in toestellen of bekabeling veel gevaarlijker worden.
Aarding zorgt ervoor dat foutstromen een gecontroleerde weg naar de aarde krijgen. Daardoor kunnen beveiligingen zoals een differentieel sneller en correct ingrijpen. Dat verlaagt het risico op schokken en op oververhitting met brandgevaar.
Bij een isolatiefout kan spanning op metalen delen van toestellen of installatiedelen terechtkomen. De aardingsverbinding voert die foutspanning af en maakt dat de beveiliging de fout herkent. Zonder degelijke aarding blijft een gevaarlijke situatie soms langer onopgemerkt.
In de praktijk zien we vooral drie problemen: verhoogd risico op elektrische schok, storingen waarbij aardlekschakelaars niet tijdig reageren, en een grotere kans op schade aan toestellen door foutstromen of spanningsproblemen.
Mogelijke signalen zijn terugkerende storingen zonder duidelijke oorzaak, een schokgevoel bij metalen delen van toestellen, of afwijkingen die opduiken tijdens keuring. Zulke signalen vragen altijd om een gerichte controle van de installatie.
Een elektricien controleert de aardingslus of aardingspennen, meet de spreidingsweerstand en kijkt na of de beschermingsgeleiders overal goed doorverbonden zijn. Daarnaast controleert hij de aansluiting in het verdeelbord en de equipotentiale verbindingen, zodat foutstromen veilig kunnen worden afgevoerd.