TL;DR — Zonnepanelen kunnen op twee manieren een batterij laden. Bij gaat de stroom rechtstreeks van de panelen naar de batterij, bij eerst via een gewone zonnepanelenomvormer. In dit artikel lees je hoe beide werken, wat het verschil in rendement echt is, wat er gebeurt bij een netuitval en wanneer welke keuze logisch is.
Kernvraag: Hoe koppel ik mijn zonnepanelen aan een batterij?
Leestijd: 7 min
Dat kan op twee manieren. Bij laden de zonnepanelen de batterij rechtstreeks, via een laadregelaar, zonder dat de stroom eerst wisselstroom wordt. Bij blijft je gewone zonnepanelenomvormer staan, en laadt een aparte de batterij vanuit je wisselstroominstallatie. verliest wat minder energie, laat je bestaande installatie ongemoeid. Welke beter past, hangt vooral af van wat er al hangt en of je noodstroom wil.
Zonnepanelen en batterijen werken allebei met gelijkstroom (DC). Je woning werkt met wisselstroom (AC). Ergens moet de stroom dus omgezet worden. De vraag is alleen waar.
Een hybride omvormer, zoals in veel kant-en-klare thuisbatterijen, is een vorm van in één toestel: panelen en batterij hangen samen aan dezelfde omvormer.
Bij gaat alle zonnestroom die naar je woning of het net gaat door de , ook als de batterij vol is. Het vermogen van die begrenst dus wat je panelen kunnen leveren. Een MultiPlus-II 48/5000 levert continu ongeveer 4 bij 25 °C. Voor een grote installatie kies je een zwaarder model, meerdere , of hang je een deel van de panelen AC-gekoppeld aan een gewone omvormer.
Bij elke omzetting gaat een beetje energie verloren als warmte. Bij gaat zonnestroom die je later gebruikt door twee stappen: laadregelaar en omvormer. Bij zijn het er drie: zonnepanelenomvormer, lader en omvormer.
Victron schrijft in zijn -handleiding dat een -laadregelaar tot 99% efficiënt is, en dat in kleine systemen verliezen tot 20 à 30% kan geven. Dat hoge cijfer geldt vooral bij lage vermogens, waar omvormers minder goed werken. Met de maximale rendementen uit de datasheets is het verschil veel kleiner, zie het rekenvoorbeeld hieronder. De praktijk ligt daartussen.
Belangrijk om te weten: het verschil speelt enkel voor de stroom die eerst in de batterij gaat. Zonnestroom die je overdag meteen verbruikt, gaat bij maar door één omvormer. Victron merkt daarom op dat efficiënter is als je vooral overdag verbruikt, bijvoorbeeld in een kantoor met airco.
Neem 1.000 zonnestroom per jaar die via de batterij naar de avond verschuift. We rekenen met maximale of veronderstelde rendementen, dus de werkelijke verliezen liggen hoger.
Het verschil is ongeveer 50 per jaar. Aan 0,34 euro per , de gemiddelde besparing per zelfverbruik bij de Vlaamse Nutsregulator voor 2025, is dat zo'n 18 euro per jaar. Ligt het werkelijke verlies bij dichter bij wat Victron als bovengrens noemt, dan wordt dat meer.
Conclusie: het rendement telt mee, maar het is zelden wat de keuze bepaalt. De rendementen van 95% voor de komen uit de Victron-datasheet van de MultiPlus-II (maximaal 93 tot 96%, afhankelijk van het model). De andere cijfers zijn veronderstellingen.
Hier zit het grootste praktische verschil.
Een gewone zonnepanelenomvormer moet uitschakelen als het net wegvalt. Dat is een eis van de netbeheerder, zodat er geen spanning op het net staat terwijl iemand eraan werkt. Hangt die omvormer gewoon aan je verdeelkast, dan leveren je panelen tijdens een netuitval niets, ook al heb je een batterij.
Bij een Victron-systeem kan je de zonnepanelenomvormer ook op de uitgang van de aansluiten. Valt het net weg, dan vormt de een eigen klein net, en blijft de zonnepanelenomvormer werken. Is de batterij vol, dan verhoogt de de netfrequentie een beetje. De zonnepanelenomvormer reageert daarop door minder te leveren. Dat heet frequentieverschuiving, en de zonnepanelenomvormer moet het ondersteunen.
Bij is er geen probleem: de laadregelaar werkt op de batterij en hangt niet van het net af. De panelen blijven laden zolang de zon schijnt.
Sluit je een zonnepanelenomvormer aan op de uitgang van een Victron , dan geldt een harde regel. Victron noemt ze de factor 1,0-regel: het maximale vermogen van de zonnepanelen mag niet hoger zijn dan het continue vermogen van de bij 25 °C. Victron maakt daar geen uitzonderingen op, ook niet waar het net zelden uitvalt.
Daarnaast vraagt Victron een minimale batterijcapaciteit bij : voor lithiumbatterijen 4,8 per 1,5 zonnepanelen. Een te kleine batterij kan het overschot bij een netuitval niet opvangen.
Gevolg: een grote bestaande installatie op een kleine kan je wel aan de ingangskant aansluiten, maar dan levert ze niets tijdens een netuitval.
Er is geen keuze die altijd beter is. Wat meestal de doorslag geeft:
Victron laat beide samen toe in één installatie. Een bestaande installatie AC-gekoppeld houden en nieuwe panelen DC-gekoppeld bijplaatsen, komt vaak voor.
Verplaats een bestaande zonnepanelenomvormer niet zelf naar een andere kring of verdeelkast. Een batterijsysteem verandert hoe de stromen in je installatie lopen. Het moet ontworpen en gekeurd worden volgens het AREI en aangemeld worden bij . Bij groenestroomcertificaten kan een verkeerde aansluiting je certificaten in gevaar brengen.