TL;DR — Een batterij kan bij een bestaande zonnepanelenomvormer, ook als je nog groenestroomcertificaten ontvangt. Wat dan vraagt, hangt af van hoe de batterij aangesloten wordt. In dit artikel lees je het verschil tussen een batterij naast je omvormer en een hybride omvormer, welke regels hanteert en wat je moet melden.
Kernvraag: Kan ik een batterij plaatsen bij mijn bestaande zonnepanelen, zonder mijn groenestroomcertificaten te verliezen?
Leestijd: 7 min
Ja, dat kan. Je verliest je recht op groenestroomcertificaten niet omdat er een batterij bijkomt. Wat telt, is dat de groenestroomteller enkel stroom van je zonnepanelen meet, en nooit stroom die van het net via de batterij terugkomt. Laat je je bestaande omvormer staan en komt de batterij er apart naast, dan blijft de meting zoals ze was. Vervang je je omvormer door een hybride omvormer met een batterij aan de gelijkstroomkant, dan vraagt een nieuwe groenestroomteller en een nieuwe keuring.
Voor je groenestroomcertificaten is je bestaande omvormer behouden de weg met de minste risico's: omvormer en groenestroomteller blijven ongewijzigd, er komt niets te melden voor je zonnepanelen, en je certificaten lopen gewoon door, op voorwaarde dat de batterij zo aangesloten wordt dat er geen stroom door de groenestroomteller loopt.
Groenestroomcertificaten ( ) zijn een steunmaatregel voor zonnepanelen die tot en met 16 juli 2021 in dienst gingen. Nieuwe installaties krijgen ze niet meer. Hoe lang je ze ontvangt, hangt af van de startdatum van je installatie:
Voor installaties vanaf 2013 hangt het bedrag ook af van de bandingfactor, die groter dan 0 moet zijn. Staat je steunperiode bijna op het einde, dan wordt deze hele vraag minder belangrijk.
Je certificaten worden berekend op basis van een aparte productiemeter, de groenestroomteller. Die zit tussen je zonnepanelenomvormer en de rest van je installatie, en telt hoeveel stroom je panelen leveren. gebruikt nooit de meterstand van de omvormer zelf, enkel die van de groenestroomteller. De teller moet geijkt zijn, met minstens nauwkeurigheidsklasse 2 en een MID-markering.
Het risico van een batterij is eenvoudig: als stroom die van het net komt via de batterij door de groenestroomteller loopt, telt die mee als groene stroom. Dan krijg je certificaten voor stroom die je panelen niet geproduceerd hebben. beschouwt een onregelmatigheid in de meting als ernstig: bij fraude worden certificaten ingetrokken en teruggevorderd.
Bij blijft je bestaande zonnepanelenomvormer staan, met zijn groenestroomteller. De batterij krijgt een eigen , die op een andere plaats in je installatie aangesloten wordt. Zo meet de groenestroomteller nog altijd enkel wat je panelen leveren, en loopt er geen stroom van de batterij door.
In een Victron-systeem kan de zonnepanelenomvormer aan de ingangskant blijven, of op de uitgang van de komen. Op de uitgang blijft hij ook werken bij een netuitval, maar dan geldt de factor 1,0-regel: het vermogen van de zonnepanelen mag niet hoger zijn dan het continue vermogen van de . Meer over de onderdelen van zo'n systeem lees je in het artikel over Victron ESS. In beide gevallen moet de groenestroomteller enkel de omvormer van de zonnepanelen meten.
De toelichting van over certificaatgerechtigde installaties beschrijft de vervanging van een omvormer en de hybride omvormer, maar zegt niets specifiek over een aparte batterij naast een omvormer die blijft staan. Laat het eendraadschema daarom vooraf nakijken, en meld de batterij zoals altijd aan bij .
Een hybride omvormer vervangt je bestaande omvormer: zonnepanelen en batterij hangen samen aan één toestel. De omvormer levert dan zowel zonnestroom als batterijstroom aan je installatie, en de groenestroomteller kan het verschil niet meer zien.
laat die vervanging toe, maar met twee voorwaarden: er komt een bidirectionele groenestroomteller, die stroom in beide richtingen meet, en er moet een nieuwe AREI-keuring gebeuren. Daarnaast moet de nieuwe omvormer op de Synergrid-lijst C10/26 staan. Het piekvermogen van je panelen mag niet veranderen.
Voor kleine installaties tot 10 kVA, geplaatst vóór 1 juli 2015, mag het vermogen van de omvormer wijzigen. Een daling is altijd toegelaten. Een verhoging kan tot maximaal 10 kVA, of 5 kVA bij een monofasige aansluiting. herinnert eraan dat alle omvormers van zonnepanelen samen, ook hybride batterijomvormers, binnen die grenzen moeten blijven om als kleine installatie te gelden.
Elke vervanging van een omvormer moet binnen de 30 kalenderdagen gemeld worden bij , ook als merk, type of vermogen hetzelfde blijven. vraagt daarvoor:
Wordt de groenestroomteller vervangen, bijvoorbeeld door een bidirectionele, dan meld je dat ook, met merk, type, serienummer, klasse, MID-markering en een foto van de beginstand van de nieuwe teller en van de oude teller. Verandert de beveiliging aan de wisselstroomkant van de omvormer, dan is een nieuw AREI-keuringsverslag verplicht.
Los daarvan meld je de batterij zelf aan via Mijn , met een geldig keuringsverslag en een eendraadschema.
Bij een installatie met groenestroomcertificaten weegt vooral dit:
Sluit nooit een batterij of een aan tussen je zonnepanelenomvormer en je groenestroomteller. Dan loopt stroom van het net mee door de teller, en krijg je certificaten waar je geen recht op hebt. kan dan alle niet verhandelde certificaten intrekken en reeds uitbetaalde steun terugvorderen.